De prachtige omweg langs de rand van de kloof
Na een heerlijke nacht met uitzicht op de besneeuwde bergen, braken we vanochtend vroeg op in Escalona. Vandaag stond de legendarische en spectaculaire Añisclo-kloof op het programma. Al snel stuitten we echter op een flinke wegomleiding, waardoor we niet rechtstreeks met de auto naar het officiële beginpunt van de kloof konden rijden. Een behulpzame dame van het reservaat schoot te hulp en gaf ons een kaart met een alternatieve route om er alsnog te komen.

Toen we de smalle, bochtige bergweg opreden, maakte de initiële frustratie direct plaats voor pure bewondering. Wat een waanzinnig decor! De berm stond vol met uitbundig bloeiende gele brem en prachtige, zachtroze wilde rozenstruiken. Op de achtergrond torenden de loodrechte, massieve rotswanden van de kloof al majestueus boven het landschap uit. Het was een idyllische rit die ons deed beseffen dat de mooiste plekken vaak juist buiten de geplande route liggen.

Het gapende gat van Añisclo
Terugblikkend vanaf een hoger uitkijkpunt kregen we pas echt een goed beeld van de gigantische schaal van de Añisclo-kloof. De berg splitst zich hier letterlijk in tweeën, waardoor een angstaanjagend diepe en weelderig groene kloof ontstaat. Terwijl we over de rand keken, zeilde er hoog in de strakblauwe lucht een majestueuze gier over de diepte. De enorme rotswanden gaven alvast een voorproefje van de realitycheck: om überhaupt bij de bodem te komen, moesten we te voet een loodzware afdaling inzetten met al onze zware bepakking. Hoogteverschil: maar liefst 400 meter.

Een paradijs in de diepte
Na een knieën-slopende afdaling stonden we dan eindelijk op de bodem van de kloof. Wat een idyllische plek! De wilde bergstroom kletterde met een zacht geraas over de gladgesleten rotsen en vormde her en der prachtige, diepblauwe poelen. Om ons heen rezen de weelderig groene bossen steil omhoog. Beneden in de kloof was de lucht gelukkig nog relatief fris door het stromende water.

De verscholen kluizenaarswoning van San Úrbez
Vlakbij de bodem van de kloof stuitten we op een heel bijzonder historisch monument: de Ermita de San Úrbez. Deze unieke kluizenaarskerk is in de 8e eeuw gebouwd en maakt op een ingenieuze manier gebruik van een reusachtige, overhangende rotswand die als een natuurlijk dak dient. De muren zijn recht in het gesteente opgetrokken en de toegangsweg bestaat uit oude stenen trappen. Het is ontzettend indrukwekkend om te zien hoe stil en sereen deze plek is, diep verscholen in de ruige natuur van de kloof. Een perfecte, mystieke stop om even op adem te komen.

Een levend fossiel in de rotswanden
Vlak naast de steile wanden viel ons oog op een prachtig plukje paarse bloemen dat recht uit een met mos begroeide rotsspleet groeide. Dit bleek de Ramonda myconi te zijn, een zeldzaam Pyrenees viooltje dat hier al sinds de ijstijd in deze microklimaten overleeft! Het is een fascinerend gezicht hoe deze kwetsbare bloemetjes zich staande houden tegen de ijzersterke kalksteenwanden van de kloof. De natuur blijft je hier verbazen, hoe diep je ook in de wildernis doordringt.
Een moordende uitputtingsslag
Het dalen was zwaar geweest, maar de klim terug omhoog werd een regelrechte uitputtingsslag. Ondanks onze goede conditie hebben we het ternauwernood gered. De hitte was moordend en de klim onwijs moeilijk. Om de 50 meter moesten we noodgedwongen stoppen om de hartslag weer enigszins naar beneden te krijgen het prikkende zweet uit de ogen te vegen.
Tijdens een van die tussenstops legde ik vermoeid even mijn bril op een rots… en vergat hem bij het opstaan weer op te zetten. Daar kwam ik pas achter toen we inmiddels alweer drie loodzware tussenstops verder omhoog waren geklauterd. Ik was werkelijk te uitgeput om nog helder na te denken.

Engelen op ons pad
Terwijl we volledig kapot zaten bij te komen op een plekje in de schaduw, kwam er ineens een Hollands echtpaar naar boven geklauterd. De vrouw keek ons aan en vroeg: “Zijn jullie toevallig een bril vergeten?” Mijn hand vloog direct naar mijn hoofd… O nee! Dat was de mijne!
Omdat ik echt helemaal stuk zat, was Wendy in eerste instantie zo lief om weer helemaal terug naar beneden te klauteren. Maar in de chaos en tussen alle identieke rotsen kon zij hem helaas niet vinden. Er zat dus niets anders op: met trillende benen moest ik uiteindelijk zelf ook weer die steile diepte in.
Gelukkig bleken Gerda en Stefan Sterkenburg onze reddende engelen te zijn. Ze waren zo ontzettend lief om al die tijd boven op onze kostbare en loodzware fotoapparatuur te letten, zodat we zonder bepakking de bril konden opsporen. Na een flinke zoektocht vonden we hem gelukkig terug! Gerda en Stefan, mochten jullie dit ooit lezen: heel, heel hartelijk dank voor jullie hulp en gastvrijheid op die steile bergwand! Zonder jullie was dit avontuur heel anders afgelopen. Wat een dag!
Morgen wacht ons spektakel: we gaan in de buurt van Ainsa naar een vogelhut waar gieren 2 keer per week worden bijgevoederd!

Geef een reactie